Wat zegt de wetenschap over vasten?

In mijn vorige bericht heb ik beloofd om te kijken naar wat de wetenschap over vasten en calorierestrictie te vertellen heeft met betrekking tot je algehele welzijn. Laten we erin duiken.

Onsterfelijk door vasten?

Een van de eerste rapporten van langer leven als gevolg van vasten/minder eten komt van een Italiaanse edelman, Luigi Cornaro genoemd, geboren in 1464. Luigi vrat zich de eerste 35 jaar van zijn leven vol. Waarschijnlijk aan pizza’s en lasagne. Vanaf de leeftijd van 35 adopteerde hij op advies van zijn dokter een calorie-armer dieet. Hierbij at hij dagelijks slechts 350 gram voedsel (onder andere bestaande uit brood, eidooier, vlees en soep) en 414 ml wijn. Hij zou vervolgens de rijpe leeftijd van rond de 100 jaar hebben bereikt. Hij heeft hierover een boek geschreven wat tegenwoordig nog gekocht kan worden onder de titel “The art of living long”.

Hierbij bleef het niet. Begin 1900 werden de eerste wetenschappelijke experimenten met proefdieren gedaan om de bovenstaande hypothese te testen. In 1917 werd een onderzoek gepubliceerd wat suggereerde dat het verminderen van de hoeveelheid voedsel die ratten kregen, een positieve invloed had op hoe lang ze leefden (Osborne et al., 1917). Zo zijn er vergelijkbare onderzoeken gedaan op muizen, koeien en honden, die allemaal hetzelfde suggereerden: de restrictie van calorieën lijkt tot een langer leven te leiden.

Maar mensen dan?

In het verleden zijn er vaker periodes geweest van onvrijwillig vasten of calorierestrictie. Het gebeurde echter zelden dat de populatie die hieraan blootgesteld werd, ook alle nutriënten binnenkregen die benodigd waren. Een van die zeldzame periodes dat de bevolking wél alle benodigde nutriënten binnenkregen, was gedurende de eerste wereldoorlog in Denemarken. In 1917 werden de Denen noodgedwongen op een dieet gezet, maar werd er wel gezorgd voor een adequate hoeveelheid voedsel met een hoge nutriëntendichtheid. Het resultaat van dit ongewilde experiment was een daling in het sterftecijfer van 34% (Hindhede, 1920).

Een vergelijkbare situatie vond plaats in Noorwegen gedurende de tweede wereldoorlog. De bewoners van Oslo kregen in 1941 voor vier jaar noodgedwongen ongeveer 20% minder calorieën binnen, zonder dat de kwaliteit van het voedsel dat ze kregen hieronder leed. Met andere woorden, vier jaar zonder donuts. F*ck. Het sterftecijfer gedurende die vier jaar echter, daalde 30% in vergelijking met het sterftecijfer van vóór de tweede wereldoorlog (Strom en Jensen, 1951).

Nog even over ratten

Tenslotte nog een laatste onderzoek wat ik met jullie wil delen: in een onderzoek uit 1990¹ werden ratten bestraald (ze hadden blijkbaar nog geen muizenval toen) en als gevolg hiervan ontwikkelden de ratten tumoren. In het onderzoek werd een groep bestraalde ratten op dieet werd gezet, en de andere groep niet. In de dieetgroep waren er minder ratten die tumoren ontwikkelden dan in de groep die niet op dieet was. Ook leefde de dieetgroep langer dan de groep die niet op een dieet gezet was.

Wat moeten we hier nu mee

Mensen zijn geen ratten. In de meeste gevallen althans. Mensen zijn ook geen koeien, muizen of honden. Wat voor deze dieren geldt, hoeft voor ons niet te gelden. Verder weten we dat calorierestrictie leidt tot een verlaging van je vetpercentage wanneer je minder eet dan je verbrandt. Wanneer je niet meer obees bent, nemen risico’s voor veel ziekten die uiteindelijk de dood tot gevolg kunnen hebben, af. Het zou dus kunnen dat niet het beperken van je calorieën of het vasten tot een langer leven leidt, maar het feit dat mensen een gezonder vetpercentage hebben als gevolg van de calorierestrictie. Verder zijn er zo veel variabelen die meespelen als het gaat om hoe lang iemand leeft dat het erg moeilijk is om met definitieve zekerheid conclusies te trekken uit voedingsonderzoek in het algemeen, en de bovenstaande onderzoeken in het bijzonder. Conclusies en aanbevelingen uit voedingsonderzoek kunnen echter wel als richtlijn dienen.

Persoonlijk ga ik vasten af en toe incorporeren in mijn voedingspatroon. YOLO. Ik raad dit echter niemand aan zonder eerst goed overlegd te hebben met de huisarts.

Ik heb niet de link van elk onderzoek dat genoemd wordt in dit artikel. De auteur en het jaartal zouden echter voldoende info moeten geven om indien gewenst het onderzoek te kunnen vinden.

1. https://www.pnas.org/content/87/17/6795.short

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.